Grote School-enquête vergeleken met fietstellingen in Heiloo

Heiloo-tellingen

In september 2016 heeft gemeente Heiloo twee uitgebreide fiets-tellingen gedaan, het Noord/Zuid (en terug) fietsverkeer ter hoogte van de Lagelaan. Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen scholieren en ‘andere fietsers’. We zagen de resultaten en vergelijken die met het enquete-resultaat. Wellicht een mooie aanvulling.

Wat valt op in de tellingsgegevens?

Ten eerste valt op (zie diagram) dat scholieren relatief veel voor de Ho(o)geweg kiezen. Van de daar getelde fiets is ruim vijftig procent “scholier, de rest ‘andere fietser’ (zie diagram). Langs de Oosterzijweg en de Kennemerstraatweg (die gaat in Limmen over in Rijksweg) is dat duidelijk lager (30%) en langs de Westerweg is maar 10% scholier.

Voorts fietsten verreweg de meeste getelde scholieren (90%) in de ochtend Noord>Zuid, dat zullen over het algemeen leerlingen van de drie middelbare scholen in Castricum. Inderdaad, ‘s middags is de Zuid>noord stroom scholieren het grootst. De ‘andere’ fietsers kwamen ‘smorgens ongeveer even vaak noord>zuid, als zuid>noord, met een licht overwicht zuid>noord fietsverkeer in de morgen.

Jammer was, dat we geen effect zagen van de Europaweken van het Bonhoeffer College. Veel Bonhoeffer-leerlingen waren toen op reis, zodat je ze niet op de fiets zou verwachten in Heiloo, op weg naar school of terug. Je zou op die dag lagere aantallen verwachten. Het tegendeel wat het geval, juist in de telweek van de Europaweken fietsen relatief meer scolieren naar school en terug. Vreemd.

Heiloo-telling en de Grote School-enquête

Het totaal aantal scholieren op de getelde route verschilde minder dan 5% met de enquête (alleen leerlingen van/naar Heiloo meegeteld, leerlingen uit Limmen telden we niet mee), rond 1700 fietsbewegingen. De getelde aantallen waren iets lager dan de enquête-aantallen.

Opvallend verschil was het relatief hoge aantal scholieren op de Kennemerweg / Rijksweg, vergeleken met de enquete (zie diagram). Volgens de telling 1,23 meer leerlingen via de H(o)ogeweg (van het totaal aantal fietsers waren de aantallen zelfs in balans), maar volgens de enquête was dat 3,3.

Om dat iets beter in beeld te krijgen zochten we meer gegevens om te vergelijken. In de fietstelweek  fietsten op de twee wegdelen ruim 100 fietsers. In die week – ook in september  2016 – werd 2,6 vaker langs de H(o)ogeneg gefietst.

Ook keken we naar de verhouding van Rijksweg-aantallen versus Ho(o)geweg aantallen per school. Die was bij de kleinste groep leerlingen enigszins vergelijkbaar met die in de Heiloo-telling: 1,25. Echter, voor de grotere groep van het Bonhoeffer was de verhouding 2,0 en de grootste groep (62%) van de daar fietsende leerlingen -JacP- fietst volgens de enquete 3,5 x vaker langs de Ho(o)geweg dan langs de Kennemerweg/Rijksweg.

Conclusie

Het is lastig om precies vast te stellen wat er aan de hand is en hoe de verschillen verklaard kunnen worden. Hoe dan ook, langs de H(o)ogeweg wordt duidelijk meer gefietst dan langs de Kennemerweg.

Belangrijker is, dat Hoogeweg, Oosterzijweg, Kennemerweg/Rijksweg en Oosterzijweg/Dusseldorperweg alle belangrijke Noord/Zuid routes zijn. Westerweg is minder belangrijk voor scholieren, maar uit de Heiloo-telling blijkt dat de Westerweg veel door niet-scholieren wordt gebruikt – wellicht om de leerlingen de ont’fietsen’.

Ondertussen maken we ons zorgen over het effect van de A9 aansluiting, Zandzoom ontwikkeling en toename van het aantal stoptichten op die trajecten. Investeringen in fietsinfrastructuur heeft meestal te weinig aandacht